Niet aangeboren hersenletsel door bijvoorbeeld een beroerte, hersentumor, herseninfarct of auto-ongeluk zijn niet altijd direct zichtbaar voor de getroffene of voor de omgeving. Onzichtbare gevolgen van hersenletsel treden vaak pas na enige tijd op of zijn vaak pas na enige tijd goed zichtbaar. Lees meer over niet aangeboren hersenletsel kenmerken.

Niet aangeboren hersenletsel kenmerken

Kenmerken NAH kent zichtbare en onzichtbare hersenletsel symptomen. Lichamelijke beperkingen, zoals bijvoorbeeld verlamming, moeilijk lopen of praten, verward of verminderde kracht in lichaamsdelen zijn vrijwel direct zichtbaar. Meer onzichtbaar zijn bijvoorbeeld de problemen met veranderingen in spraak, het denken, geheugen, emoties of gedrag. Er zijn veel hersenbeschadiging symptomen te noemen. Voorbeelden van gedragsproblemen zijn agressief of ongepast gedrag of impulsief gedrag. Eerst doen, dan pas denken. voorbeelden van lichamelijke klachten zijn heftige (hoofd)pijnklachten, verlamming, bewegingsproblemen of problemen met het evenwicht. Dit kunnen allemaal niet aangeboren hersenletsel kenmerken zijn. Andere hersenletsel kenmerken zijn: Problemen met organiseren. Denk aan moeite hebben met plannen en overzicht behouden. Problemen met taal en spraak, zoals moeilijk woorden kunnen vinden of zinnen te begrijpen zijn hersenbeschadiging symptomen die vaak voorkomen. Naast taal- en spraakproblemen komen ook problemen in de waarneming ook voor. Het niet herkennen van voorwerpen is een voorbeeld van problemen in de waarneming.

Andere kenmerken NAH kunnen zijn:

  • vertraagd denken 
  • oriëntatie- en geheugenproblemen
  • moeite met concentreren
  • emotionele veranderingen (zoals heftiger voelen of depressie)
  • hallucinaties en / of waanideeën
  • karakterverandering (zoals sneller boos worden of heel apathisch zijn)
  • niet meer kunnen inleven in anderen

Zijn één of meerdere kenmerken NAH op u van toepassing? Neem contact op met uw huisarts. Hij of zij kan u helpen met een verwijzing naar het behandel- en expertisecentrum  niet aangeboren hersenletsel.

Gevolgen van een hersenletsel

Niet aangeboren hersenletsel heeft zichtbare en onzichtbare gevolgen. Deze zichtbare gevolgen zijn direct merkbaar doordat er veranderingen zijn in de motoriek (ataxie). De onzichtbare gevolgen vallen vaak pas later op, door confrontaties in het “gewone” leven. Het gaat hierbij om veranderingen in spraak (afasie), het denken, onthouden, emoties en gedrag. Deze worden vaak pas tijdens de revalidatiefase duidelijk. Het opnieuw zoeken naar balans en evenwicht is dan van belang.

Het grootste deel van de patiënten met niet aangeboren hersenletsel herstelt geleidelijk. Toch kunnen ook bij licht hersenletsel klachten blijven bestaan, met name snelle vermoeidheid en beperkte belastbaarheid. Bij ernstiger herenletsel is de uitkomst minder gunstig. Bij bijvoorbeeld middelzwaar en ernstig traumatisch hersenletsel blijft één op de vier patiënten ernstig beperkt in zijn of haar functioneren.

Zichtbare gevolgen, zoals lichamelijk:

  • Verlamming, zoals hemiplegie (verlamming van één zijde van het lichaam),  hemiparese (gedeeltelijke verlamming of verlies van spierkracht aan één zijde van het lichaam.
  • Hemianopsie, hiermee wordt bedoeld dat één helft van het gezichtsveld is uitgevallen.
  • Incontinentie of niet goed uit kunnen plassen.
  • Epilepsie:

Onzichtbare gevolgen:

Cognitief

  • Aandacht- en concentratiestoornissen:
  • Overgevoeligheid voor externe prikkels, zoals bijvoorbeeld geluid
  • Geheugenproblemen
  • Moeite hebben met planning en uitvoering van doelgerichte activiteiten, zoals bijvoorbeeld het zetten van een kop koffie of het nakomen van afspraken
  • Constante vermoeidheid

Communicatie:

  • moeite met vinden van woorden of begrijpen van zinnen
  • moeite hebben met praten

Gedrag

  • Niet kunnen leren van ervaringen
  • Verstoorde controle: ongeduldig
  • Verlies van zelfredzaamheid

Emotioneel:

  • Karakterverandering of depressie komen vaak voor bij mensen met een niet aangeboren hersenletsel

Maatschappelijk:

  • Sociale contacten kunnen moeizamer verlopen dit heeft niet alleen consequenties voor de patient maar ook voor zijn familie of naaste
  • Werk, school kan in een aantal gevallen niet meer of niet meer in dezelfde hoedanigheid worden voortgezet. Ook hierdoor kan een sociaal isolement ontstaan.